woensdag 21 april 2010

Universele liefde

Universele liefde is een gevoel van verbondenheid (betrokkenheid, solidariteit) met alle leven. Dit gevoel van liefde kunnen we zelf ontwikkelen, en is het tegendeel van haat of minachting. Door die universele liefde gaan we ons onvoorwaardelijk inzetten om zo goed mogelijk alle kwetsbare leven (mens, dier en natuur) te beschermen en te helpen. We moeten strijden tegen onrecht en uitbuiting. Maar belangrijk is dat we niet enkel de slachtoffers beschermen, maar dat we daarbij ook de daders nooit minachten of haten. Dus ook mensen die bijzonder immorele dingen doen, verdienen respect en empathie.
We kunnen deze medelevende liefde best vergelijken met de onvoorwaardelijke zorg van een liefhebbende moeder voor haar kinderen: zelfs als haar zoon de meest verschrikkelijke dingen doet met haar dochter (dergelijke situatie doet zich dagelijks voor bv. bij kindsoldaten in Afrika), houdt ze nog steeds diepgaand van hem. Maar ze zal wel strijden en trachten het immoreel gedrag van zijn zoon te stoppen. Die moeder wil natuurlijk haar dochter beschermen, maar wat ze ook doet, ze zal altijd graag haar zoon blijven zien. Dergelijke liefde is geen naïviteit, geen onterecht optimisme, en geen blind vertrouwen in de daders (die liefhebbende moeder is niet naïef als ze haar zoon nog graag ziet, ze zal niet het immorele gedrag van haar zoon ontkennen, ze zal niet te optimistisch zijn, en ze zal niet zomaar haar zoon vertrouwen, maar ze zal wel haar zoon blijvend liefhebben, zelfs al is die liefde niet wederzijds).
Universele liefde wil niet de daders straffen, maar wel de slachtoffers beschermen. Universele liefde streeft niet naar vergelding, maar wel naar verzoening. En verzoening is zelden te verzoenen met geweld. We mogen nooit iemand beledigen, haten of minachten. We kunnen niet zeggen dat een persoon immoreel is, maar wel dat een specifiek gedrag immoreel is. We moeten streven naar geweldloosheid, door zo weinig mogelijk iemand emotioneel of fysiek te kwetsen. Tegelijk hebben we een plicht om slachtoffers en kwetsbaar leven zo goed mogelijk te beschermen. Als we daarbij enig geweld zouden gebruiken, moet dit altijd gepaard gaan met een welgemeend gevoel van universele liefde. Dit houdt in dat we altijd zowel slachtoffers als daders moeten benaderen met het gevoel alsof ze onze beste vrienden zouden kunnen zijn, wat ze ook doen.
Universele liefde vereist dat we slachtoffers beschermen, maar ook dat we de daders weerhouden van "morele zelfvernietiging". We moeten dus ook het morele zelf van de daders beschermen. Het morele zelf is het meest waardevolle aspect van een mens. Iets immoreel doen beschadigt het morele zelf. Als we dit morele zelf niet zien in de dader, dan handelen we niet vanuit universele liefde, en dan is onze strijd te gewelddadig.

Universele Liefde gaat gepaard met een ethiek van biocentrisch altruïsme, waarbij niet alleen ikzelf, niet alleen de mens, maar alle leven centraal staat, en waarbij we zonder egoïsme en hebzucht strijden voor een waardig leven voor mens, dier en natuur. We moeten ons onvoorwaardelijk inzetten en desnoods tegen de stroom in durven roeien, zelfs al doen andere mensen niet meteen mee. We moeten het goede voorbeeld geven en altijd datgene doen wat iedereen zou moeten doen. Enkel door deze ethiek van biocentrische solidariteit kunnen discriminatie en onderdrukking worden bestreden.

Universeel medeleven

Universeel medeleven (empathie) wil zeggen dat we in ons handelen (de keuzes die we maken) ons moeten inleven in de positie van het voelende wezen dat het sterkst benadeeld zal worden. Het ‘universele’ wijst erop dat elk voelend wezen (inclusief een voelende dier, een mentaal gehandicapte, iemand ver weg of in het jaar 2500,…) aandacht verdient. De beste keuze is die waarbij we het welzijn van het minst gelukkige wezen kunnen maximaliseren. Dit is de maximin-strategie, die de basis vormt van rechtvaardigheid. We kunnen hierbij de volgende gedachtegang volgen: stel dat jij straks geboren zult worden op aarde. Je kunt geboren worden als een vrouw, een koe, een mentaal gehandicapte, een homo, een arme boer in Afrika, een persoon in het jaar 2500, of… Je weet niet wie of wat je zult zijn, maar je mag wel de ethische regels, het economisch-sociaal systeem en de politieke wetten bepalen, zolang die voldoen aan de wetten van de natuur. Indien je niet in het jaar 2500 wil lijden ten gevolge van natuurrampen, zouden mensen het milieu niet mogen verpesten. Indien je niet als homo gediscrimineerd wil worden, zouden mensen homorechten moeten respecteren. Indien je niet als koe geslacht of uitgemolken wil worden, zouden mensen vegetariër of veganist (iemand die geen dierlijke producten eet) moeten worden. Indien je niet als arme Afrikaan wil geboren worden, zouden rijke mensen meer solidair moeten zijn en zou de economie eerlijker moeten zijn.
Volgens dit universeel medeleven moeten we dus ecologisch duurzaam leven. Dat wil zeggen dat onze ecologische voetafdruk laag moet zijn, dat we milieuvriendelijke technologie moeten gebruiken (spaarlampen, groene stroom,…), dat we minder moeten consumeren (overconsumptie bestrijden), en dat we het aantal zwangerschappen moeten beperken (overbevolking vermijden) zonder vrouwenrechten te schenden.
Volgens het universeel medeleven moeten we ook veganistisch leven, want voedingsdeskundigen stellen dat we perfect gezond kunnen leven met enkel plantaardig voedsel, dus zonder dieren uit te buiten. (Zowat elk gebruik van dieren is een vorm van uitbuiting en veroorzaakt onnodig leed in de vorm van pijn, angst of stress bij die dieren.)
Volgens het universeel medeleven moeten we ons onthouden van luxe, en ons teveel aan rijkdom en geld afstaan om arme en kwetsbare mensen te helpen. We moeten onze economie, politiek en samenleving hervormen volgens de ethiek van het universeel medeleven.

Universeel respect

Universeel respect wil zeggen dat we het basisrecht van elk belanghebbend wezen moeten respecteren. Het basisrecht is het recht om niet gebruikt te worden als louter middel (bezit, gebruiksvoorwerp) voor onze doelen. Levende wezens hebben belangen, en daarom moeten ze het basisrecht krijgen. Voelende wezens zijn levende wezens die hun belangen kunnen aanvoelen (bv. pijngevoel duidt op het belang van lichamelijke gezondheid, angstgevoel duidt op het belang op leven en veiligheid,…). Hieruit volgen twee ethische principes.
1) Alle niet-voelende levende wezens (wezens opgebouwd uit levende cellen, bv. planten) hebben het basisrecht om niet gedood of gekwetst te worden voor onze luxebehoeften. Dit principe impliceert dat we sober moeten leven, dus met een lage ecologische voetafdruk.
We spreken van luxe als men een comfort nog extra wil verhogen, eerder dan een ongemak wil verlichten. Het doel van luxe is om plezier te verhogen voorbij een basiswelzijn. Luxebehoeften zijn vaak te herkennen aan hun sociaal-culturele bepaaldheid (maakbaarheid). Denk maar aan seksuele status, sociaal aanzien, culturele gewoontes, tradities, behoeften gecreëerd door commerciële reclame, modetrends,… Dergelijke luxebehoeften zijn bv. vluchtig, relatief, veranderlijk of gecreëerd in een sociale context.
2) Alle voelende wezens (wezens met een centraal zenuwstelsel en een bewustzijn, bv. gewervelde dieren) hebben het basisrecht om niet gebruikt (gedood, gekwetst of opgesloten) te worden voor onze basis- en luxebehoeften. Aangezien de grootste organisatie van voedingsdeskundigen (de American Dietetic Association) stelt dat een goed geplande plantaardige voeding niet ongezond is, impliceert dit principe dat we veganistisch moeten leven, dus moeten afzien van het gebruik en verbruik van dieren. Wij mogen mensen en andere voelende dieren niet verhandelen, bezitten, gebruiken als slaven, vermoorden, uitbuiten, slachten en opeten,… (Volkeren die in schrale gebieden wonen waardoor ze in hun overleven afhankelijk zijn van dieren, mogen nog wel dieren gebruiken.)

woensdag 2 december 2009

Het patho-biocentrisme

Ik wil een eerste aanzet geven voor het lanceren van een nieuwe ethiek. Het patho-biocentrisme stelt dat 'leven' (bios) en 'voelen' (pathos) de belangrijkste (centrale) criteria zijn om waarden toe te kennen.

Laten we beginnen met een formulering van een basisrecht: het recht om niet in belangen geschaad te worden omwille van onze behoeften. (Een speciale versie van dit recht luidt dat we niet een ander mogen doden of kwetsen om te gebruiken als middel voor onze doelen.)

Het basisrecht is dus een bescherming van belangen. De vraag is nu welke dingen of wezens belangen hebben. De centrale criteria zijn hier leven en voelen (bewustzijn). Levende wezens hebben een zelforganiserende activiteit (een metabolisme) waardoor we kunnen spreken van complexe belangen (bv. het belang om verder te blijven leven of niet gekwetst te worden). Levende wezens moeten bv. actief voedsel en energie verwerken om zichzelf in stand te houden. Voelende wezens (levende wezens met een perceptueel bewustzijn) hebben daarnaast nog een extra eigenschap: ze kunnen hun complexe belangen gewaarworden (bv. angst wijst op belang van veiligheid, pijn wijst op belang van lichamelijke integriteit, stress wijst op belang van welzijn en rust,...). Verder blijkt dat gevoelens zoals bezorgdheid en empathie belangrijk zijn in ons ethisch handelen. Daar levende en voelende wezens bijzonder kwetsbaar zijn, kunnen we er bezorgdheid voor voelen. En empathie (mededogen) kunnen we vanzelfsprekend enkel voelen met voelende wezens. Andere criteria (sociale intelligentie, rationeel denkvermogen, zelfbewustzijn, taalvaardigheid…) blijken niet relevant te zijn, want we kennen het basisrecht ook toe aan bv. baby’s en mentaal gehandicapten.

Een tweede belangrijk aspect in de definitie van het basisrecht zijn onze behoeften. Onze universele behoeften bestaan niet alleen uit overlevingsbehoeften (voedsel, gezondheid, veiligheid,…), maar ook uit sociale (vriendschap, communicatie, participatie) en ontwikkelingsbehoeften (kennis, ontspanning, activiteit, creativiteit, vrijheid). Universele behoeften kunnen we vervullen door verschillende strategieën die verbonden zijn aan specifieke voorwerpen, plaatsen, personen of gedragingen (bv.: universele behoefte is voedsel, strategieën zijn chocolade, brood,…). Sommige strategieën zijn schadelijker dan andere. We kunnen bijgevolg een gradatie aanbrengen. Aan de ene kant hebben we basisbehoeften als zijnde mens-, dier-, en milieuvriendelijke strategieën die efficiënt onze universele behoeften vervullen. Aan de andere kant spreken we van luxebehoeften: strategieën die een grotere ecologische impact hebben (afvalproductie, grond- en grondstoffenverbruik) en die niet zo efficiënt (qua kostenbaten) onze universele behoeften kunnen vervullen. Voor elke luxebehoefte bestaat er een basisbehoefte als valabel alternatief (bv. universele behoefte is activiteit, luxebehoefte is wild rondcrossen met een terreinwagen, basisbehoefte is joggen). Ook zijn luxebehoeften vaak te herkennen aan hun sociaal-culturele bepaaldheid (maakbaarheid). Zo denken we aan seksuele status, sociaal aanzien, culturele gewoontes, tradities, reclame, modetrends,… Dergelijke luxebehoeften zijn bv. vluchtig, relatief, veranderlijk of gecreëerd in een sociale context.

Samengevat: we hebben een onderscheid tussen morele criteria (leven en voelen), en tussen onze behoeften (basis en luxe). Die kunnen we nu aan elkaar koppelen voor twee morele richtlijnen. Omdat voelende wezens iets extra’s hebben dat gevoelloze levende wezens niet hebben, kunnen we voor hen een sterker basisrecht toekennen.

Richtlijn 1: alle levende wezens (levende cellen) hebben het basisrecht om niet gedood te worden voor onze luxebehoeften. In deze zin zijn alle levende cellen (de basisbouwstenen van leven) gelijkwaardig.

Richtlijn 2: alle voelende wezens (bewuste subjecten) hebben het basisrecht om niet gebruikt (gedood, gekwetst of opgesloten) te worden voor onze basis- en luxebehoeften. In deze zin zijn alle bewuste subjecten (ruwweg alle gewervelde dieren) gelijkwaardig. (We kunnen eventueel nog wel een uitzondering maken voor overlevingsbehoeften, zoals volkeren in het hoge noorden die in hun overleven afhankelijk zijn van jacht en visvangst).

Hoewel alle levende cellen gelijkwaardig zijn, zijn er enkele uitzonderingen: als de cel deel uitmaakt van een voelend wezen, of als de cel deel uitmaakt van een bedreigde soort (of op een andere manier belangrijk is voor de biodiversiteit), dan heeft die cel eigenlijk meer recht op leven omdat we voelende of met uitsterven bedreigde wezens niet mogen doden.

Niet alleen hebben individuele levende wezens en voelende wezens intrinsieke waarde, ook biodiversiteit is waardevol op zichzelf. Als een planten- of diersoort uitsterft is dat even erg als het uitsterven van de mensheid. Om ervoor te zorgen dat er geen soorten uitsterven door menselijk toedoen, moeten we onze consumptie en ons bevolkingsaantal reduceren (want de ecologische impact is het product van bevolking en consumptie). Dat laatste kan door een vrijwillige keuze om geen kinderen (meer) te krijgen.

Bovenstaande twee richtlijnen zijn formuleringen van resp. het biocentrisme en het pathocentrisme. Het eerste komen we bv. tegen binnen de deep-ecology-beweging, waar men soms stelt dat alle levende wezens gelijke intrinsieke waarde hebben en niet mogen gedood worden, tenzij voor onze basisbehoeften. Het tweede is kenmerkend voor de dierenrechtenbeweging. Beiden kunnen we op een elegante manier combineren tot het patho-biocentrisme. Concreet wil dat zeggen: kiezen voor kleine gezinnen (vrijwillige zwangerschapsbeperking), soberheid (milieuvriendelijk leven met zo laag mogelijke ecologische impact) en veganisme (geen gewervelde dieren en hun producten gebruiken).

zaterdag 14 februari 2009

Biocentrisch altruïsme

1) Vergroot de morele gemeenschap (de verzameling van alle wezens die moreel waardevol zijn): stop discriminatie en onderdrukking. Biocentrisme wil zeggen dat niet alleen ikzelf, niet alleen de mensen, niet alleen de dieren, maar dat álle levende wezens (mensen, dieren en planten) centraal staan en moreel waardevol zijn. We moeten zoveel mogelijk de vitale levensrechten van mens, dier en natuur respecteren. We mogen geen voelend wezen doden of gebruiken als middel voor onze doelen, en we mogen geen levend wezen doden of beschadigen, tenzij voor onze basisbehoeften.
2) Respecteer diversiteit: tussen mensen, culturen, soorten, ecosystemen. Bescherm culturele diversiteit (inheemse volkeren) en biodiversiteit. Alle soorten zijn gelijkwaardig.
3) Ontwikkel een gevoel van universele liefde, een verbondenheid met alle leven, zelfs met mensen die hoogst immorele handelingen doen. Deze medelevende liefde is zoals de onvoorwaardelijke zorg van een moeder voor haar kinderen: zelfs als haar zoon de meest verschrikkelijke dingen doet, houdt ze nog steeds diepgaand van hem en zal ze hem proberen te helpen om zijn immoreel gedrag te stoppen.
4) Bevrijd uzelf van uw ego, uw bezittingen, persoonlijke verlangens en negatieve gevoelens (hebzucht, jaloezie, schuld, ongeduld, ontevredenheid, haat, woede, frustraties, angsten en zorgen). Gebruik de universele liefde om kracht te winnen voor deze innerlijke bevrijding en zelfbeheersing. Dit geeft een vreugdevol lijden (diepe vreugde door de verbondenheid en de innerlijke vrijheid, en lijden ten gevolge van het inzien van de tragedies in deze wereld).

Dit resulteert in biocentrisch altruïsme (de ander dienen zonder egoïsme en hebzucht): een actieve, dappere en zorgzame toewijding om alle kwetsbare of bedreigde leven te beschermen.

Ecologische rechtvaardigheid

1) Twee grote problemen. De diepe kloof tussen arm en rijk is een ernstige onrechtvaardigheid in de menselijke samenleving. De massale uitsterving van dier- en plantensoorten is een ecologische crisis. Daarom moeten we menselijke gelijkwaardigheid (rechtvaardigheid) respecteren zonder het ecologisch draagvlak van de aarde te overschrijden. Iedereen dezelfde rijkdom geven als een gemiddelde Belg is ecologisch niet duurzaam.
2) Technologische ontwikkeling is niet voldoende om beide dringende problemen op te lossen, want de vereiste technologie moet biologisch-fysisch haalbaar, financieel-economisch haalbaar, ecologisch duurzaam, ethisch verantwoord, en zeer snel beschikbaar zijn.
3) Overconsumptie en overbevolking aanpakken is ook noodzakelijk om deze problemen op te lossen, want er zijn te veel mensen die te veel luxe kopen. De consumptie van niet-noodzakelijke luxeproducten moet dalen. Dat kan door het creëren van rechtvaardige voorwaarden voor een vrijwillige overschakeling op milieuvriendelijke manieren om onze basisbehoeften te vervullen. De bevolking dalen kan door het creëren van rechtvaardige voorwaarden voor een vrijwillige zwangerschapsbeperking, met respect voor het recht op een waardig leven van iedereen.
4) Ecologische evenwaardigheid is de ethische basis, en impliceert een zoektocht naar een samenleving en een economie gebaseerd op biocentrisch altruïsme.